Afu-Mena Group

Marron erfgoed

Afu-Mena

“koester wat je hebt” — Pamaka

De naam van de groep komt uit het Pamaka, een van de Marrontalen van Suriname en Frans-Guyana. Die naam is geen sieraad: het is de werkwijze van de groep.

De naam

Wat Afu-Mena betekent

Afu-Mena betekent “koester wat je hebt” in het Pamaka, een van de Marrontalen van Suriname en Frans-Guyana. Het is een uitspraak over houding: erken de waarde van wat al aanwezig is, voordat je zoekt naar wat er ontbreekt.

Voor de groep vertaalt die houding zich in een manier van werken: herkennen, ontwikkelen en maximaliseren van bestaande talenten, middelen, kansen en culturele kracht. Dat geldt voor een ondernemer die zijn bedrijfsmodel scherpstelt, en evengoed voor een regio die haar eigen grondstoffen en ambacht verwaardigt.

Koester wat je hebt. Bouw wat mogelijk is.

Dansers in rode omslagdoeken, van achteren gezien, tijdens een avondbijeenkomst.
Avondbijeenkomst met dans en ritme.

Gemeenschappen

Eén naam, meerdere Marrongemeenschappen

De naam van de groep komt uit het Pamaka. Het werk reikt breder: in de kunst- en erfgoedtak promoot Afu-Mena het Saamaka- en Businenge-erfgoed internationaal en ondersteunt daarbij lokale ambachtslieden.

Wij benoemen dat onderscheid bewust. De naam verwijst naar één Marrontaal; het ambacht en de cultuur waarmee wij werken zijn breder dan die ene gemeenschap.

Oost-Suriname

De Marroncultuur van Oost-Suriname

Korjaal die door een stroomversnelling vaart, met wit schuimend water en bos op de achtergrond.
Varen door de stroomversnellingen.

De groep heeft haar wortels in de Marrongemeenschappen van Oost-Suriname, in het gebied rond de Marowijnerivier die Suriname en Frans-Guyana verbindt. Aan beide zijden van die rivier leven Marrongemeenschappen die door taal, familie en handel met elkaar verbonden zijn.

In dit gebied worden verschillende Marrontalen gesproken, waaronder het Pamaka. Die talen dragen kennis, geschiedenis en verhalen over van generatie op generatie.

Tot de bekendste culturele uitingen van de Marrons horen het houtsnijwerk en de textielkunst die tembe worden genoemd: een vormentaal van ineengevlochten lijnen, curven en hoekige symmetrie, toegepast op onder meer huisraad, gebouwen en kleding.

Deze beschrijving is bewust algemeen gehouden. De groep spreekt namens zichzelf, niet namens gemeenschappen of tradities.

Tembe

Een vormentaal, geen versiering

Tembe is een vormentaal van ineengevlochten curven, symmetrie en herhaling, toegepast op huizen, deurkozijnen, dakschilden en textiel. Deze beelden komen uit het eigen archief van de groep in Oost-Suriname.

Gesneden houten deurkozijn met symmetrische tembe-krullen boven de deur.
Tembe-houtsnijwerk boven een deur.
Beschilderde houten topgevel met geometrische tembe-motieven in blauw, rood en wit.
Tembe-motieven op een beschilderde topgevel.
Houten topgevel van een traditioneel huis met dichte houten deuren en gesneden randen.
Houtsnijwerk aan een traditioneel huis.
Van binnenuit gezien rieten dakconstructie met een beschilderd rond schild in tembe-motieven.
Beschilderd schild in een rieten dakconstructie.

De getekende patronen elders op deze website zijn interpretaties in eigen ontwerp, geen reproducties van specifieke historische werken of van het werk van individuele kunstenaars.

Van erfgoed naar onderneming

Hoe erfgoed doorwerkt in het werk

Erfgoed is voor Afu-Mena geen aparte afdeling. Het bepaalt hoe de groep kijkt naar projecten: wat is hier al aanwezig, wie heeft er kennis van, en hoe blijft de waarde in de regio?

In de kunst- en erfgoedtak komt dat het meest zichtbaar samen, in Marron textielkunst en cultureel textiel. In consultancy en Business Model TV komt het terug als methode: eerst inventariseren wat er is, dan bouwen.

Grote ronde dorpshal met rieten dak op een open zandplein in een dorp aan de rivier.
De ronde dorpshal als plek van overleg.
Houten paalwoning met rieten dak, met wasgoed aan een lijn en rode aarde op de voorgrond.
Paalwoning met rieten dak.
Zandstraat in een dorp met houten huizen, golfplaten daken en hoge palmen.
Dorpsstraat in het binnenland.
Op een stoep in de stad bespeelt een man een grote trommel terwijl anderen palmblad vlechten en manden klaarzetten.
Ritme en vlechtwerk op straat tijdens een culturele bijeenkomst.